Nieuws, foto's of een aankondiging van een aktiviteit op deze website? Stuur het op via de contactpagina en het staat uiterlijk de volgende dag online.

Aankondigingen van aktiviteiten (beschrijvingen) plaatsen we op de voorpagina. Algemene berichten zoals gebeurtenissen die al plaats hebben gevonden komen op de nieuwspagina (nieuwsoverzicht).


Geschiedenis van Afferden voor 1900

 18-10-2010
Gemeente bergen in 1867: Klik op afbeelding voor vergroting

Het onderstaande is slechts een samenvatting van teksten uit verschillende bronnen waarvan de voornaamste het boek "Tussen groene streep en rode beek" van Ragdy van der Hoek. De inhoud zal mogelijk van tijd tot tijd nog wijzigen door wat aanvullingen en/of eventuele correcties die men tevens ook aan ons kan doorgeven via de mail.

De oudst bekende vermelding van Afferden dateert uit 1176. Ze staat in een oorkonde waarin de aartsbisschop van Keulen bevestigt dat de kerk van Afferden behoort tot de Kelnerij van Xanten, wat wilde zeggen dat kloosters binnen dit gebied in Xanten belasting moesten betalen.

De naam Afferden komt mogelijk van de beek Afara, die bij Afferden in de Maas uitmondt, dan wel van a-voort, wat verwijst naar een doorwaadbare plaats. Zo'n heerlijkheid als Afferden ontstond in de elfde eeuw uit kleine villa's die voorkwamen op het platteland welke landbouwondernemingen waren die tevens eigen rechtsgebieden vormden. Deze stonden onder een eigen heer, die het gebied vaak in leen had gekregen van graven en landvoogden en over veel rechten en bevoegdheden beschikte. In de meeste heerlijkheden waren op strategisch of economisch belangrijke punten kastelen of versterkte huizen gebouwd. Zo'n kasteel was behalve strategisch bolwerk ook een economisch centrum en de administratieve zetel van een heerlijkheid. Het oudste kasteel van Afferden, dat vóór kasteel Bleijenbeek dienst deed als woning van de heer lag dicht bij de Maas. Deze burcht aan het veer werd eind dertiende eeuw gebouwd om toezicht te houden op de Maas.

Tot ongeveer het midden van de zestiende eeuw was de heerlijkheid over twee heren verdeeld. Lange tijd waren er in Afferden dan ook twee kastelen. Dat tweede en belangrijkste kasteel, het 'Gut ende hof tot Blienbeke', werd tegen het einde van de veertiende eeuw circa drie kilometer landinwaarts aan de Blije Beek (= heldere beek) gebouwd. De heerlijkheid, die naast het dorp Afferden ook het gehucht Heukelom en buurtschappen als Plees, het Rimpelt en de Flieraij omvatte, behoorde eeuwenlang toe aan de heren van kasteel Bleijenbeek. Eén adellijke familie verbleef toen in slot Bleijenbeek die daar haar domicilie had, terwijl de andere die bekend stond als de Heerewaarden, in de burcht in de uiterwaarden van de Maas verbleven. Een tweedeling die nogal eens tot meningsverschillen leidde. Het kasteel aan de Maas werd in de zestiende eeuw volledig verwoest.

Kasteel Bleijenbeek, met aan een zijde een uitgebouwde woontoren, werd dan uiteindelijk de residentie van de Afferdse heren. In 1492 was de invloed van de heer van Afferden uitgebreid tot Siebengewald doordat de hertog van Kleef dit gebied eveneens aan hem verpandde. Sindsdien moesten ook hier de inwoners aan de heer van Afferden belastingen betalen en dienden zij voor hem hun krijgsmansplichten te vervullen. De eerste bezitter van het landgoed was de familie van Meerlo. Later kwam het kasteel - dat diverse malen werd uitgebreid - in handen van de familie Schenck van Nydeggen, die het circa drie eeuwen in bezit hield. Het kasteel werd onder hun regie in de vijftiende eeuw verbouwd tot een imposant middeleeuws kasteel dat na een verwoesting in 1580 - met behoud van de noord- en oostvleugel - werd veranderd in een symmetrisch opgezette edelmanswoning.

Toen Arnold Schenck van Nydeggen in het begin van de achttiende eeuw overleed, kwam het kasteel in bezit van het geslacht Hoensbroeck. Tot de Franse tijd bezat deze familie zowel het slot als de vrijheerlijkheid Afferden en Heukelom met de daarbij behorende rechten. Het behoorde tot dan toe aan het hertogdom Gelder, ook wel Pruisisch Gelder genoemd.

Aan het eind van de achtiende eeuw brak een periode aan van grote veranderingen met de komst van de Franse revolutie. Onder het bewind van de Fransen werd de macht van de heerlijkheden zoals die van Afferden danig ingeperkt. De heerlijkheden zoals Heyen, Afferden en Well werden omgevormd tot communes en er werd per commune een agent municipal aangesteld die was belast met politietaken en beslissingen uitvoerde van de kantonadministratie. Uiteindelijk werden de communes tussen Venlo en Gennep in 1800 samengevoegd tot één gemeente en werd door de Fransen Bergen aangewezen als centrale plaats met daar het gemeentehuis. De gemeente telde toen circa 2500 inwoners. In de nieuwe bestuurlijke opzet werd de gemeente ingedeeld bij het kanton Goch. Deze waren met enige andere kantons ingedeeld bij het arrondissement Kleef, dat behoorde tot het departement van de Roer, waarvan het bestuur was gevestigd te Aken.

Rond 1800 hebben de inwoners van Afferden en andere dorpen veel geleden onder de Fransen. Ze eisten veel geld goederen en diensten van de burgerij. Zo moest Afferden in 1794 en 1795 graan, koeien en schapen leveren met een totale waarde van meer dan 17.332 gulden Kleefs. De inwoners hier moesten zelfs opdagen voor de verplichte Franse krijgsdienst. Aan 15 jaar Franse overheersing kwam uiteindelijk door de geallieerde troepen een einde na de val van Napoleon in 1813.

Vanaf die tijd (1815) werden door staatkundige wijzigingen de grenzen opnieuw bepaald. De koning van Pruisen had de Maas als landsgrens willen aanhouden, waartegen de Nederlandse koning Willem I zich verzette. De grens tussen Nederland en Pruisen is uiteindelijk bepaald op een afstand van een kanonschot ten oosten van de Maas. De strook tussen Maas en landsgrens zou bij een aanval vanuit het oosten voor Nederland een veiligheidsgordel zijn. Vanaf dat moment is ons huidige leefgebied op de oostelijke Maasoever gescheiden van het tegenwoordige Duitse grensgebied, waarmede eeuwenlang nauwe banden hebben bestaan . Wanneer in 1815 het taalgebruik leidraad was geweest bij het trekken van de landsgrenzen was hier in 1815 een andere regeling uit de bus gekomen. In vrijwel het gehele gebied van de Nederrijn werd tot omstreeks 1830 overwegend Nederlands gesproken. In het dagelijks verkeer en in de kerken werd onze taal gebruikt en op school werden de kinderen in het Nederlands onderwezen. Alleen officiële stukken werden in het Duits gesteld. Na het invoeren van het Duits op scholen en in kerken (1828-1840) raakte de bevolking van Opper Gelder en Kleef geleidelijk meer verduitst. Dit verklaart dat het dialect over de huidige grens veel weg heeft van ons dialect.

Omdat het niet boterde tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden vond er in 1830 een afscheiding plaats tussen deze twee. De Belgen riepen de onafhankelijkheid uit en Nederlands Limburg sloot zich aan bij dit koninkrijk en we kwamen dus in Belgische handen. Pas in 1839 kwam er een officiël afscheidingsverdrag waarin werd bepaald dat Nederlands Limburg weer toe zou behoren aan Nederland. De aanleg van de huidige rijksweg tussen Nijmegen en Venlo stond omstreeks 1825 op het programma maar de uitvoering is vertraagd door de Belgische Kwestie (1830 - 1939). In 1848 is deze weg gereed gekomen. Ook de oost-westverbindingen (naar grensovergangen en veerponten over de Maas) vroegen aandacht. Om hierin te voorzien heeft de gemeente in de periode 1850-1870 met enige subsidie van Rijk en provincie enkele grindwegen aangelegd. Verharde wegen waren er vóór 1848 niet. Er was tot dan toe weinig communicatie tussen de dorpen onderling. Het onderhoud van de wegen werd bekostigd door het heffen van tolgeld. Dit gebeurde o.a. ook te Afferden.

Openbaar vervoer is in de gemeente Bergen lange tijd een gekoesterde maar onvervulde wens geweest. De postkoets Venlo - Nijmegen heeft een aantal jaren in beperkte mate in deze behoefte voorzien. Eenmaal daags reed deze koets heen en weer tussen beide steden. Ook personenvervoer was met deze koets mogelijk. Na 1873 zijn de plannen voor de spoorlijn Venlo-Nijmegen voorbereid. Voor welke Maasoever zou men hierbij kiezen? Het pleidooi van de gemeenten Bergen en Gennep voor de keuze van de rechter Maasoever heeft geen succes gehad. De minister van Oorlog was ertegen: de spoorlijn mocht niet komen in de eerste verdedigingslinie van ons land. In 1883 is de trein gaan rijden op de spoorlijn Nijmegen-Venlo, die nu nog in gebruik is. De postkoets Nijmegen-Venlo is hierdoor vervallen.




Lees en/of plaats reacties op dit bericht: 0 reactie(s)



Powered by Fusion News