 |
| Gemeente
bergen in 1867: Klik op afbeelding voor vergroting |
Het onderstaande is slechts een samenvatting
van teksten uit verschillende bronnen waarvan de voornaamste het
boek "Tussen groene streep en rode beek" van Ragdy van
der Hoek. De inhoud zal mogelijk van tijd tot tijd nog wijzigen
door wat aanvullingen en/of eventuele correcties die men tevens
ook aan ons kan doorgeven via de mail.
De oudst bekende vermelding van Afferden dateert uit 1176. Ze
staat in een oorkonde waarin de aartsbisschop van Keulen bevestigt
dat de kerk van Afferden behoort tot de Kelnerij van Xanten, wat
wilde zeggen dat kloosters binnen dit gebied in Xanten belasting
moesten betalen.
De naam Afferden komt mogelijk van de beek Afara, die bij Afferden
in de Maas uitmondt, dan wel van a-voort, wat verwijst naar een
doorwaadbare plaats. Zo'n heerlijkheid als Afferden ontstond in
de elfde eeuw uit kleine villa's die voorkwamen op het platteland
welke landbouwondernemingen waren die tevens eigen rechtsgebieden
vormden. Deze stonden onder een eigen heer, die het gebied vaak
in leen had gekregen van graven en landvoogden en over veel rechten
en bevoegdheden beschikte. In de meeste heerlijkheden waren op
strategisch of economisch belangrijke punten kastelen of versterkte
huizen gebouwd. Zo'n kasteel was behalve strategisch bolwerk ook
een economisch centrum en de administratieve zetel van een heerlijkheid.
Het oudste kasteel van Afferden, dat vóór kasteel
Bleijenbeek dienst deed als woning van de heer lag dicht bij de
Maas. Deze burcht aan het veer werd eind dertiende eeuw gebouwd
om toezicht te houden op de Maas.
Tot ongeveer het midden van de zestiende eeuw was de heerlijkheid
over twee heren verdeeld. Lange tijd waren er in Afferden dan
ook twee kastelen. Dat tweede en belangrijkste kasteel, het 'Gut
ende hof tot Blienbeke', werd tegen het einde van de veertiende
eeuw circa drie kilometer landinwaarts aan de Blije Beek (= heldere
beek) gebouwd. De heerlijkheid, die naast het dorp Afferden ook
het gehucht Heukelom en buurtschappen als Plees, het Rimpelt en
de Flieraij omvatte, behoorde eeuwenlang toe aan de heren van
kasteel Bleijenbeek. Eén adellijke familie verbleef toen
in slot Bleijenbeek die daar haar domicilie had, terwijl de andere
die bekend stond als de Heerewaarden, in de burcht in de uiterwaarden
van de Maas verbleven. Een tweedeling die nogal eens tot meningsverschillen
leidde. Het kasteel aan de Maas werd in de zestiende eeuw volledig
verwoest.
Kasteel Bleijenbeek, met aan een zijde een uitgebouwde woontoren,
werd dan uiteindelijk de residentie van de Afferdse heren. In
1492 was de invloed van de heer van Afferden uitgebreid tot Siebengewald
doordat de hertog van Kleef dit gebied eveneens aan hem verpandde.
Sindsdien moesten ook hier de inwoners aan de heer van Afferden
belastingen betalen en dienden zij voor hem hun krijgsmansplichten
te vervullen. De eerste bezitter van het landgoed was de familie
van Meerlo. Later kwam het kasteel - dat diverse malen werd uitgebreid
- in handen van de familie Schenck van Nydeggen, die het circa
drie eeuwen in bezit hield. Het kasteel werd onder hun regie in
de vijftiende eeuw verbouwd tot een imposant middeleeuws kasteel
dat na een verwoesting in 1580 - met behoud van de noord- en oostvleugel
- werd veranderd in een symmetrisch opgezette edelmanswoning.
Toen Arnold Schenck van Nydeggen in het begin van de achttiende
eeuw overleed, kwam het kasteel in bezit van het geslacht Hoensbroeck.
Tot de Franse tijd bezat deze familie zowel het slot als de vrijheerlijkheid
Afferden en Heukelom met de daarbij behorende rechten. Het behoorde
tot dan toe aan het hertogdom Gelder, ook wel Pruisisch Gelder
genoemd.
Aan het eind van de achtiende eeuw brak een periode aan van grote
veranderingen met de komst van de Franse revolutie. Onder het
bewind van de Fransen werd de macht van de heerlijkheden zoals
die van Afferden danig ingeperkt. De heerlijkheden zoals Heyen,
Afferden en Well werden omgevormd tot communes en er werd per
commune een agent municipal aangesteld die was belast met politietaken
en beslissingen uitvoerde van de kantonadministratie. Uiteindelijk
werden de communes tussen Venlo en Gennep in 1800 samengevoegd
tot één gemeente en werd door de Fransen Bergen
aangewezen als centrale plaats met daar het gemeentehuis. De gemeente
telde toen circa 2500 inwoners. In de nieuwe bestuurlijke opzet
werd de gemeente ingedeeld bij het kanton Goch. Deze waren met
enige andere kantons ingedeeld bij het arrondissement Kleef, dat
behoorde tot het departement van de Roer, waarvan het bestuur
was gevestigd te Aken.
Rond 1800 hebben de inwoners van Afferden en andere dorpen veel
geleden onder de Fransen. Ze eisten veel geld goederen en diensten
van de burgerij. Zo moest Afferden in 1794 en 1795 graan, koeien
en schapen leveren met een totale waarde van meer dan 17.332 gulden
Kleefs. De inwoners hier moesten zelfs opdagen voor de verplichte
Franse krijgsdienst. Aan 15 jaar Franse overheersing kwam uiteindelijk
door de geallieerde troepen een einde na de val van Napoleon in
1813.
Vanaf die tijd (1815) werden door staatkundige wijzigingen de
grenzen opnieuw bepaald. De koning van Pruisen had de Maas als
landsgrens willen aanhouden, waartegen de Nederlandse koning Willem
I zich verzette. De grens tussen Nederland en Pruisen is uiteindelijk
bepaald op een afstand van een kanonschot ten oosten van de Maas.
De strook tussen Maas en landsgrens zou bij een aanval vanuit
het oosten voor Nederland een veiligheidsgordel zijn. Vanaf dat
moment is ons huidige leefgebied op de oostelijke Maasoever gescheiden
van het tegenwoordige Duitse grensgebied, waarmede eeuwenlang
nauwe banden hebben bestaan . Wanneer in 1815 het taalgebruik
leidraad was geweest bij het trekken van de landsgrenzen was hier
in 1815 een andere regeling uit de bus gekomen. In vrijwel het
gehele gebied van de Nederrijn werd tot omstreeks 1830 overwegend
Nederlands gesproken. In het dagelijks verkeer en in de kerken
werd onze taal gebruikt en op school werden de kinderen in het
Nederlands onderwezen. Alleen officiële stukken werden in
het Duits gesteld. Na het invoeren van het Duits op scholen en
in kerken (1828-1840) raakte de bevolking van Opper Gelder en
Kleef geleidelijk meer verduitst. Dit verklaart dat het dialect
over de huidige grens veel weg heeft van ons dialect.
Omdat het niet boterde tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden
vond er in 1830 een afscheiding plaats tussen deze twee. De Belgen
riepen de onafhankelijkheid uit en Nederlands Limburg sloot zich
aan bij dit koninkrijk en we kwamen dus in Belgische handen. Pas
in 1839 kwam er een officiël afscheidingsverdrag waarin werd
bepaald dat Nederlands Limburg weer toe zou behoren aan Nederland.
De aanleg van de huidige rijksweg tussen Nijmegen en Venlo stond
omstreeks 1825 op het programma maar de uitvoering is vertraagd
door de Belgische Kwestie (1830 - 1939). In 1848 is deze weg gereed
gekomen. Ook de oost-westverbindingen (naar grensovergangen en
veerponten over de Maas) vroegen aandacht. Om hierin te voorzien
heeft de gemeente in de periode 1850-1870 met enige subsidie van
Rijk en provincie enkele grindwegen aangelegd. Verharde wegen
waren er vóór 1848 niet. Er was tot dan toe weinig
communicatie tussen de dorpen onderling. Het onderhoud van de
wegen werd bekostigd door het heffen van tolgeld. Dit gebeurde
o.a. ook te Afferden.
Openbaar vervoer is in de gemeente Bergen lange tijd een gekoesterde
maar onvervulde wens geweest. De postkoets Venlo - Nijmegen heeft
een aantal jaren in beperkte mate in deze behoefte voorzien. Eenmaal
daags reed deze koets heen en weer tussen beide steden. Ook personenvervoer
was met deze koets mogelijk. Na 1873 zijn de plannen voor de spoorlijn
Venlo-Nijmegen voorbereid. Voor welke Maasoever zou men hierbij
kiezen? Het pleidooi van de gemeenten Bergen en Gennep voor de
keuze van de rechter Maasoever heeft geen succes gehad. De minister
van Oorlog was ertegen: de spoorlijn mocht niet komen in de eerste
verdedigingslinie van ons land. In 1883 is de trein gaan rijden
op de spoorlijn Nijmegen-Venlo, die nu nog in gebruik is. De postkoets
Nijmegen-Venlo is hierdoor vervallen. |