![]() |
Geschiedenis van Afferden na 1900 |
| 24-10-2010 |
| Doordat vanwege de nieuwe spoorlijn Nijmegen-Venlo in 1883 de postkoetsverbinding kwam te vervallen ontstond een nieuw probleem voor deze omgeving. Een afdoende oplossing zou dertig jaren op zich laten wachten. Deze is gekomen door de tram van de Maasbuurt Spoorweg, die in 1913 is gaan rijden tussen Nijmegen en Venlo. Zowel voor het personen- als het goederenvervoer heeft deze voorziening tot 1944 veel betekend voor deze regio. Met een snelheid van max. 35 km/u deed deze er bijna 4 uur over om het hele traject af te leggen. Vooral de boeren konden nu heel wat makkelijker met hun produkten naar de markten in Venlo of Nijmegen. De halte van Afferden bevond zich in de huidige Dorpsstraat die toen nog deel uitmaakte van de huidige rijksweg. Naarmate het verkeer toenam op deze weg werd de Dorpsstraat hiervoor te smal en kwam er begin jaren dertig een omlegging om Afferden heen.
Vooral in de jaren 30 was er grote werkeloosheid die hoger lag dan in de rest van Nederland. De werkeloosheid werd namelijk versterkt doordat de gemeente een tamelijk geïsoleerde ligging had tussen Maas en landsgrens. De afstand naar andere plaatsen was groot en de verbindingen slecht vanwege een gebrekkig wegennet.De inwoners waren aangewezen op mogelijkheden ter plaatse. Die lagen vrijwel uitsluitend in landbouw en veeteelt. Het uitgestrekte gebied van de gemeente bestond maar voor een klein gedeelte uit geschikte cultuurgrond. De boerenbevolking had hier dan ook een karig bestaan. Er was weinig tot geen industrie. Tegen het einde van eerste wereldoorlog werd in Heukelom de steenfabriek "Sint Anthonius" opgericht die in 1924 werd omgedoopt in "Nuance". Pas in de jaren vijftig ontstond er industrie op grotere schaal op het industrieterrein wat werd aangelegd tussen Bergen en Heukelom. Tijdens de 1e wereldoorlog waarin Nederland neutraal bleef was er in de grote steden sprake van enige voedselschaarste. De inwoners in deze streek op het platteland hadden daar minder last van. Alleen producten als meel, olie en koffie, die men moest invoeren, gingen op de bon. In de jaren 1940-1945 zou het anders vergaan. Vanwege het dreigende oorlogsgevaar werd er in 1939 een algehele mobilisatie afgekondigd. De grenzen werden versterkt, waarbij de Maas een eerste verdedigingslinie vormde. Bij de inval van Duitsland op 10 mei 1940 waren hier nauwelijks gevechten. Aan de overzijde van de rivier werd de opmars vanuit bunkers nog enige tijd tegengehouden, maar de overmacht was te groot. In deze oorlogsjaren werd de strijd om het dagelijks bestaan harder naarmate de bezetter alles roofde wat maar enige waarde had. Gebruiksgoederen werden gerantsoeneerd met als gevolg dat door zwarte handel de prijzen enorm stegen. Half oktober 1944 verlieten de inwoners van Afferden het dorp waarbij velen hun heil zochten in Siebengewald of Wellerlooi. Na het evacuatiebevel in januarie 1945, wat gold voor de hele gemeente, zijn velen te voet door het Duitse grensgebied getrokken naar 's Heerenberg, vanwaar ze naar hun evacuatiebestemming in het noorden en oosten van Nederland werden gebracht. In de laatste fase van de oorlog openden Schotse militairen op 16 februari 1945 de aanval op Afferden waar zij op fel Duits verzet stuitten. Na hevige bombardementen trokken de Duitsers zich uiteindelijk terug. De zware strijd om kasteel Bleijenbeek was het laatste grote militaire treffen binnen de gemeentegrenzen. Op 3 maart was de bevrijding van de hele gemeente een feit. De kerk, korenmolen en verschillende huizen waren verwoest of zwaar beschadigd. De wederopbouw kon beginnen. Het zou 10 jaar duren voordat de meeste sporen van het oorlogsgeweld uitgewist waren. In de laatste oorlogswinter moest de Maasbuurt Spoorweg haar activiteiten staken nadat rails en rijdend materiaal onherstelbare schade hadden opgelopen. Na 1945 verdween de tram uit het straatbeeld en werd het personenvervoer uitsluitend met bussen hervat. In de jaren na de wederopbouw is de gemeente dus ook Afferden zich steeds meer bewust geworden van het feit dat er kansen lagen in de recreatie en tourisme. De nadruk kwam te liggen op behoud van bossen en heidevelden. Zo werden er vanaf 1965 wandelwegen uitgezet. Bij het opstellen van de bebossingsplannen werd het zwaartepunt verlegd van de verwerving van productiehout naar de verkrijging van recreatief aantrekkelijke bossen. De monocultuur van dennen maakte plaats voor diverse andere naaldbomen evenals loofbomen. Er moest echter meer gebeuren om toeristen te trekken. Twee grote stukken grond in Afferden en een stuk in Well werden voor toekomstige campings bestemd. En zo ontstond in 1963 de eerste Afferdense camping Hengeland, gevolgd door camping Roland en camping Klein Canada. Binnen enkele jaren werd het kerkdorp, met toen nog geen tweeduizend inwoners, gedurende de zomer overspoeld door toeristen. Toen nog veelal uit andere delen van Nederland. Iets wat de Afferdense bevolking dusdanig goed opvatte, dat zij voor deze toeristen allerlei activiteiten ging ontwikkelen. In de hoogtijdagen van de jaren zeventig wist het kleine kerkdorpje Afferden duizenden toeristen aan zich te binden met de zogeheten zomerfeesten die ontstonden met de komst van de zomerkermis. Wekenlang streden gasten van de drie hier gelegen campings tegen elkaar en de plaatselijke bevolking in een spel dat twintig jaar lang wist te boeien; de Zeskamp van Bleijenbeek. Een festijn dat zijn weerga niet kende in de regio. Zes ploegen moesten het tegen elkaar opnemen bij spellen als hindernisbanen, dingen in balans kunnen houden of zo snel mogelijk een brug over een water bouwen. Presentator was NCRV-coryfee Dick Passchier.
Het spel en het corso zijn nu weg, maar de toeristen zijn er nog steeds. Sinds 2005 ligt er bij Bleijenbeek een groot golfterrein.
(Tekst is nog aan wijzingen/toevoegingen onderhevig) |
Lees en/of plaats reacties op dit bericht: 0 reactie(s)





Daarbij was er dan ook het zomercorso waarin de plaatselijke bevolking
en de campinggasten streden om de bekers met de mooiste wagens
met bloemen, missen etc.